Vitrine

vi·tri·ne (de ~ (v.), ~s)

1. glazen kast voor het uitstallen van koopwaren
of ter bezichtiging gestelde zaken => uitstalkast, vitrinekast
2. etalage
3. [Belg., niet alg.] winkelruit

Alle onze dagverse producten staan uitgestald in vitrines.
Zo kunt u ook uw ogen de kost geven.